Vooruitgang
De afgelopen jaren is in Nederland veel veranderd ten gunste van de positie van slachtoffers. Zo werd in 2005 het spreekrecht ingevoerd, waarmee slachtoffers het recht hebben gekregen om in de rechtszaal het woord te voeren of om een schriftelijke slachtofferverklaring af te leggen over de impact van het gepleegde misdrijf. In 2007 kregen slachtoffers de mogelijkheid om een slachtoffer-dadergesprek aan te gaan. In 2008 bleken proefprojecten met casemanagers van Slachtofferhulp Nederland, die nabestaanden van moord en doodslag begeleiden, zeer succesvol. In 2009 is deze waardevolle dienstverlening verder uitgebreid. In december 2009 werd het wetsvoorstel ‘Positie slachtoffers in het strafproces’, waarmee de rechten voor slachtoffers wettelijk vast worden gelegd, ten langen leste door de Eerste Kamer goedgekeurd. De wet zal per 1 januari 2011 ingevoerd worden. Onderdeel van deze wet vormt een voorschotregeling, die inhoudt dat (nabestaanden van) slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven de hun toegewezen schadevergoeding van de overheid ontvangen, als de dader die na acht maanden nog niet zelf heeft betaald. De overheid verhaalt vervolgens de schade alsnog op de dader.
Maar aandacht nog steeds hard nodig
Deze positieve ontwikkelingen nemen niet weg dat aandacht voor de positie van slachtoffers van een misdrijf, verkeersongeval of ramp nog steeds hard nodig is. Jaarlijks wordt meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking slachtoffer van criminaliteit. En ondanks verbeterde veiligheid op de weg, overlijden wekelijks nog altijd 15 mensen ten gevolge van een verkeersongeval. Ongeveer 100.000 mensen moeten jaarlijks na een verkeersongeval naar de spoedeisende hulp. Van de mensen die slachtofferhulp nodig hebben, krijgt slechts eenderde hulp aangeboden. Deze mismatch tussen vraag en aanbod in de hulpverlening kent meerdere oorzaken. Bijvoorbeeld omdat slachtoffers na het doen van aangifte niet op de mogelijkheid van slachtofferhulp worden gewezen. Soms wordt het aanbod afgeslagen omdat voor het slachtoffer onduidelijk is wat deze hulpverlening inhoudt. Het bereik van de hulpverlening is ook selectief, vanwege de samenhang met opsporings- en vervolgingsprioriteiten bij politie en justitie. Beleidskeuzen die niet gebaseerd zijn op de hulpbehoeften van slachtoffers leiden ertoe dat sommige groepen slachtoffers veel beter bereikt worden dan andere. Het blijkt dat slechts de helft van de slachtoffers van verkrachting die behoefte had aan hulpverlening deze ook heeft ontvangen. Onder meer door voorgenoemde redenen, baart het voornemen van de politie om de bemoeienis met verkeersongevallen verder terug te schroeven het Fonds zorgen; worden straks nog wel alle verkeersslachtoffers die daar behoefte aan hebben opgevangen? Een andere factor is gelegen in de groeiende diversiteit binnen de samenleving, het multiculturele karakter van grote steden en de moeizame aansluiting van nieuwe bevolkingsgroepen op de bestaande hulpverlening.
Specifiek hulpaanbod
De aard van het slachtofferschap die we in Nederland zien is aan het veranderen. De gevolgen van globalisering zijn van enorm belang voor ontwikkelingen in slachtofferschap, preventie en hulpverlening. Culturele verschillen zorgen ervoor dat de huidige hulpmodellen niet altijd meer geschikt zijn. Grensoverschrijdend slachtofferschap komt steeds vaker voor, bijvoorbeeld onder Nederlanders die in een ander land reizen, studeren of werken. Nederlandse steden hebben te maken met slachtoffers van het groeiende internationale probleem van mensenhandel. Hulpverleners worden geconfronteerd met slachtoffers van gedwongen vrouwenbesnijdenis en eergerelateerd geweld. Slachtofferschap via internet is een thema dat snel belangrijk is geworden en dat ook zal blijven. Cybercrime en identiteitsfraude maken op grote schaal slachtoffers. Voor elke (nieuwe) groep slachtoffers is een specifiek hulpaanbod nodig.
Fonds Slachtofferhulp volgt deze ontwikkelingen op de voet en onderzoekt waar en hoe het kan bijdragen aan preventie van slachtofferschap, financiële ondersteuning kan bieden bij de ontwikkeling van de best mogelijke opvang voor slachtoffers en bijzondere aandacht kan bieden aan de meest kwetsbare groepen. In dit kader werd in 2009 bijvoorbeeld een opdracht gegeven aan het instituut Intervict aan de Universiteit van Tilburg, om de leemten in de slachtofferhulpverlening aan diverse categorieën te onderzoeken.
Een helpende hand waar dat het hardst nodig is
De wereldwijde economische problemen zullen ook van invloed zijn op de positie van slachtoffers in Nederland. De gevolgen van slachtofferschap reiken vaak veel verder dan alleen de getroffene zelf. Het kan spanning binnen relaties brengen en ontwrichtend zijn voor gezinssituaties. Denk aan een kostwinnaar die door een ernstig misdrijf of ongeluk buiten het arbeidsproces geraakt. Maar ook nabestaanden die door hun verlies niet meer in staat zijn hun werkzaamheden op dezelfde wijze uit te voeren. Of slepende letselschadezaken die in economisch zwaardere tijden nog meer impact hebben. In de werkzaamheden voor ons noodhulpfonds het Pieter van Vollenhoven Fonds zien wij daar dagelijks voorbeelden van. In zware tijden komen de gevolgen van slachtofferschap voor mensen die al in een zwakkere positie verkeren nog harder aan. Fonds Slachtofferhulp wil er nu meer dan ooit zijn voor mensen die onze helpende hand het hardste nodig hebben.



