Nieuws

‘Mensen die hoop houden na de vermissing van een dierbare, hebben de meeste klachten’

9 oktober 2017

Bron: Nos.nl

Lees meer over: vermist | Inger de Vries | onderzoek | vermissing | vermissingen

Hoe gaan familie en vrienden die achterblijven om met een vermissing? Lonneke Lenferink doet onderzoek naar de emotionele gevolgen van vermissing van een dierbare.

“De achterblijvers gaan uiteindelijk een verhaal vormen over wat er mogelijk is gebeurd”, zegt Lonneke Lenferink (29), die aan de Rijksuniversiteit van Groningen en de Universiteit Utrecht promoveert op de emotionele gevolgen van vermissing van een dierbare. “Mensen ervaren klachten zoals depressiviteit, posttraumatische stress en een gecompliceerde rouw.”

Lonneke onderzocht zaken van mensen die langer dan drie maanden zijn vermist, sinds 2014. “We hebben 137 mensen een vragenlijst gestuurd. Gemiddeld was de vermissing bij die mensen 15 jaar geleden. En sommigen van hen hebben nog steeds heftige klachten.”

Daar kan Inger de Vries (24) zich wel wat bij voorstellen. Haar vader raakte was twee jaar geleden negen maanden vermist. Hij had zelfmoord gepleegd en werd gevonden in het water bij Zeewolde.

“Als iemand vermist raakt, is dat emotioneel heel pittig. Je zit in een totale onzekerheid, dat geldt nu ook voor de familie van Anne denk ik. Al die stomme speculaties in de media en op Facebook, daar heb je als familie niks aan, dat is het ergste wat er is op zo’n moment.”

“Op straat kijk je in elke auto, je zoekt naar aanwijzingen. Op Facebook zie je opmerkingen en vraag je je af: zou iemand echt wat weten, hoe bedoelt hij deze opmerking? Of is iemand aan het trollen voor aandacht?”

De eerste vier weken ben je hyperalert, je wil duidelijkheid, je wil dat alles goed is, vertelt Inger. “Maar dan neemt de politie het over, tot dat die zeggen dat ze weinig meer kunnen en gaan afschalen. Daar hebben we het toen heel moeilijk mee gehad. De eerste rouwfase in natuurlijk ontkenning, daar zaten we heel erg in.”

Dat rouwproces is voor de achterblijvende dierbare bij vermissingen vaak een stuk langer dan als iemand overlijdt, zegt Lonneke. “Het verlangen naar dierbaren, depressiviteit, de verbijstering, die zijn minder snel weg. Heftige dingen, die ook het dagelijks leven belemmeren.”

Na een natuurlijk overlijden heeft 1 op de 10 nabestaanden na een half jaar nog last van gecompliceerde rouwklachten. Maar Lonneke kwam erachter dat ongeveer de helft van de achterblijvers hier na 15 jaar nog mee zit. “Na gemiddeld 15 jaar vermissing, dat is echt heel lang. En de mensen die hoop houden dat vermiste nog in leven is, ervaren de meeste klachten.”

Dat rouw- en verwerkingsproces is uiterst gecompliceerd, vindt ook Inger. “Je wil nog geen afscheid nemen, maar tegelijkertijd is iemand er gewoon niet meer. ”

“Je wil zoeken en je geliefde terugvinden, maar je moet praktische zaken regelen. In Nederland sta je of geregistreerd als levend of als overleden. Als je vermist bent, blijf je ‘levend’. Dan heb je rechten, maar ook plichten: belasting, hypotheek, zorgverzekering, pensioenopbouw. Daarom wil ik ook een status vermist.”

Want als je vermist bent, wie regelt dan al die zaken? “Dat kan je niet meer zelf. Mijn vader had een hypotheek, hij was de kostwinner. De hypotheek konden we niet meer betalen, maar zonder hem konden we ook het huis niet verkopen.”

Twee jaar geleden startte Inger al een petitie om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. “Hier is in Nederland nog niks voor georganiseerd. Ik wil dat met de status vermist dit soort praktische zaken tijdelijk bevroren worden. Want die komen bovenop de grote emotionele belasting die een vermissing al met zich meebrengt.”

Onderzoek ‘Leven met een vermissing’

Fonds Slachtofferhulp financiert het onderzoek Leven met vermissing van een dierbare. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) voert dit driejarige onderzoek uit naar de effectiviteit van een behandeling voor dierbaren van vermisten. Tijdens dit onderzoek wordt hulp aangeboden in de vorm van cognitieve gedragstherapie en elementen van mindfulness. Ook bekijken de onderzoekers of deelname aan behandeling leidt tot afname van posttraumatische stress en toename van welbevinden.

Geef een reactie